Interview met Juan Vazquez: Gas blijft belangrijke factor in energiemix van de toekomst
23.08.2017

Interview met Juan Vazquez: Gas blijft belangrijke factor in energiemix van de toekomst

Juan Vazquez
Na een A2 elektriciteit te hebben behaald, begint Juan Vazquez aan zijn studies burgerlijk ingenieur elektriciteit. Hij studeert in 1988 af aan de ULB, en blijft er een jaar aan als universiteitsassistent. In 1989 begint Vazquez bij Siemens, waar hij aan projecten werkt die in het teken staan van het transport en de distributie van elektriciteit over een aantal netwerken in Zaïre en Togo. In 1995 is hij nauw betrokken bij de liberalisering van de telecomsector, en tussen 1999 en 2001 werkt hij mee aan de ontwikkeling van de Europese ‘glasvezelbackbone’ die de basis legt voor de groei van het internet in Europa. In 2001 begint hij bij Distrigas. Na de splitsing Distrigas/Fluxys vervoegt Vazquez Fluxys, waar hij diverse functies bekleedt. Zo draagt hij onder meer de verantwoordelijkheid bij de Zwitserse dochtermaatschappij. Ten slotte komt hij in 2014 bij KVBG werken om de uitvoering van de reorganisatie te begeleiden
die voortvloeit uit het vertrek van de ‘gasleveranciers’-leden uit de bvba, om uiteindelijk het algemene management van KVBG over te nemen midden 2015. Vazquez: “Ik ben altijd geïnteresseerd geweest in het transport en de distributie van elektriciteit of van informatie, wat geen toeval is. Want uiteindelijk is de marktorganisatie vrijwel gelijk, ongeacht of het nu gaat over het transporteren van kWh dan wel over megabytes: er zijn steeds gereguleerde infrastructuurbeheerders en leveranciers van diensten (of energie) die deze infrastructuur op transparante en niet-discriminerende wijze aanwenden. Naar verwachting zou de klant dan moeten profiteren van de concurrentie tussen de dienstverleners.”

Doelstelling 2030/50
De visie van Vazquez op het energiepact en de doelstellingen van 2030/50 is duidelijk. “Allereerst is het belangrijk om te zeggen dat het van essentieel belang is dat we alles in het werk stellen om bij te dragen tot de verwezenlijking van de doelstellingen van 2030/50. Deze doelstellingen halen is het strikte minimum dat we moeten bereiken om de impact van koolstofemissies op de klimaatverandering te vertragen of zelfs te stabiliseren. Iedereen gaat hiermee akkoord. We zijn er echter niet van overtuigd dat de middelen die we nodig hebben om dit doel te bereiken door de overheid moeten worden gedefinieerd. Het is niet aan hen, ik zou zelfs meer zeggen, het is volstrekt onmogelijk om vandaag al te definiëren welke oplossing of welke reeks oplossingen ons toe zal laten om die doelstellingen te halen, en dit met een aanvaardbare sociaaleconomische impact. Dus het definiëren van één enkele oplossing die gemakkelijk uit te leggen is en die politiek goed in de oren klinkt, kan op (middel)lange termijn dramatische gevolgen hebben, zeker als de oplossing ontoereikend blijkt te zijn.”

Alles wordt elektrisch is onrealistisch
Een van deze ‘makkelijk’ toe te lichten oplossingen is het ‘alles wordt elektrisch’-idee. Verwarming door een warmtepomp, zonnepanelen, elektrische wagens, alles lijkt zo logisch en simpel dat het verbazingwekkend is dat het nog niet werd gerealiseerd. Vazquez: “Het ‘alles wordt elektrisch’-principe is om technische en economische redenen niet realistisch op korte of op middellange termijn. De enorme investeringen die hiervoor nodig zijn, zouden een aanzienlijke impact hebben op de energierekening. De cijfers spreken voor zich.”

Gasverbruik tweemaal zo hoog als elektriciteit
“In België verbruiken we tweemaal zoveel gas als elektriciteit, d.w.z. 80 TWh (Tera Watt uur, 1 TWh = 1.000.000.000 kWh) elektriciteit per jaar voor 160 TWh gas. Van deze 160 TWh gaat goed de helft naar elektriciteitsopwekking of de industrie die aardgas gebruikt als grondstof voor bijvoorbeeld de productie van waterstof. Ongeveer 50% van dit gasverbruik wordt gerealiseerd door huishoudens, zo’n 80 Twh. Vanuit het ‘alles wordt elektrisch’-perspectief moeten de huidige stroomopwekking en de transportinfrastructuur dus minstens verdubbelen. Wil men het volledige wagenpark geïntegreerd zien, dan praten we over meer dan een verdubbeling. De elektrische warmtepomp is geen mirakeloplossing voor dit probleem, want hoewel het kan bijdragen aan de afname van het verbruik (door gebruik te maken van energie die uit lucht, bodem of water wordt gehaald), is deze oplossing verre van overal toepasbaar in België en zouden er verbruikspieken op de elektrische netwerken kunnen ontstaan. En dit alles terwijl het gasnetwerk groot genoeg en aangepast is aan onze huidige behoeften.”

Situatie op korte termijn (2030)
Bovendien mag niet worden vergeten dat een kWh verbruikte elektriciteit ook ergens vandaan moet komen. Tegen 2030 moet 27% van de elektriciteitsproductie met behulp van hernieuwbare energiebronnen worden aangemaakt. Aangezien we tegen 2025 uit de kernenergie stappen, betekent dit dat 73% van de elektriciteit zal worden geproduceerd uit fossiele energie. Daarbij komt nog kijken dat de productie van elektriciteit door wind of zonnepanelen van nature onregelmatig is. Om dit nadeel op te vangen, is er dan ook een structurele oplossing nodig. Denk maar aan opslag, door flexibiliteit van consumptie of door flexibele productiemiddelen. Vazquez: “Intussen moeten we in 2025 uit kernenergie stappen, terwijl bijna 50% van onze elektriciteit vandaag door deze kerncentrales wordt geproduceerd. De vraag is dus met behulp van welke energiebron we dit productietekort zullen opvangen. En dan spreken we nog niet over de extra behoeften die door een extreme elektrificatie worden gecreëerd. Gaan we massaal invoeren? Gaan we ‘nucleaire’ energie importeren uit Frankrijk, of met bruinkool geproduceerde elektriciteit uit Duitsland? De productie in Nederland is ook nog steeds overwegend fossiel. Natuurlijk zullen we kunnen doorgaan met de invoer van elektriciteit, maar dat zal met mondjesmaat moeten gebeuren. Niemand is namelijk in staat om genoeg groene energie te leveren, aangezien heel Europa uit de kernenergie stapt en er weinig landen zijn die voldoende hernieuwbare energie kunnen produceren om de eigen energievraag te dekken (een uitzondering zijn de Scandinavische landen, die kunnen rekenen op een aanzienlijke hydro-elektrische productie). Er blijft maar één oplossing die zowel flexibel als milieuvriendelijker is: aardgas.”

Materie te complex voor een eenvoudige oplossing
“Het onderwerp is erg complex en het is dus te moeilijk om nu al te voorspellen hoe de doelstellingen daadwerkelijk zullen worden bereikt. Naar mijn gevoel wordt het doel bepaald door de regeringen, terwijl de middelen om deze te bereiken de verantwoordelijkheid zijn van de energieactoren. Dit dankzij technieken die in de komende jaren nog zullen worden ontwikkeld. In het huidige stadium is het ‘alles wordt elektrisch’-beeld sciencefiction. Het zal nodig zijn om verschillende oplossingen te formuleren, om dan uiteindelijk alleen de meest relevante te behouden. En een van die oplossingen die de minste investering en gedragsverandering vereisen, is aardgas. Het gebruik van nieuwe technologieën gecombineerd met een geleidelijke en grondige renovatie van het woningenpark is waarschijnlijk de meest geschikte energieovergang.”

Technische vooruitgang
Het is dus duidelijk dat gas nog steeds een mooie toekomst heeft, hoewel de conventionele gasverwarmingstechnieken een niveau hebben bereikt waarop er nog weinig ruimte is voor significante verbetering. Vazquez: “Het klopt dat wat de gasketels betreft de fabrikanten min of meer alle mogelijkheden hebben uitgeprobeerd. Maar er zijn andere veelbelovende technieken, denk bijvoorbeeld maar aan de (aard)gaswarmtepomp. Als we de vergelijking maken tussen een condenserende boiler met een efficiëntie van 90% tot 95% en de hedendaagse gaswarmtepompen, dan hebben laatstgenoemde een rendement van 1,4. Dat wil zeggen dat voor elk kWh verbruikt gas, het toestel 1,4 kWh nuttige warmte opwekt en dat 0,4 kWh hernieuwbare energie uit de omgeving wordt opgenomen (zoals bij elektrische warmtepompen). De nieuwste cijfers geven 1,8 voor de volgende generatie aardgaswarmtepompen. Deze zullen in de loop van de komende twee jaar op de Belgische markt te verkrijgen zijn. Vergeleken met de COP van sommige conventionele elektrische warmtepompen, lijkt het misschien wat weinig, maar men moet wel beseffen dat gas, in tegenstelling tot elektriciteit, een primaire energie is. Zo is er om 1 kWh elektriciteit te produceren momenteel 2,5 kWh niet-hernieuwbare primaire energie nodig. De condenserende ketel zal nog voor vele jaren voor vele klanten de eerste keuze blijven, dankzij het gemak van de installatie en vooral het zeer betaalbare prijskaartje.’

Installateurs
Maar welke strategie zullen de installateurs – in deze markt die alle richtingen uit lijkt te gaan – moeten hanteren? Vazquez. “In een notendop hebben installateurs hetzelfde probleem als fabrikanten van verwarmingsketels. Aangezien ze nog niet weten hoe de energieovergang te maken, verdelen de fabrikanten hun middelen over hun verschillende onderzoeks- en ontwikkelingsdiensten, zodat ze in de race kunnen blijven gedurende de zoektocht naar betere systemen. De installateur heeft twee mogelijkheden: hij doet hetzelfde en volgt zowat elke mogelijke opleiding en investeert in opleiding voor zijn medewerkers, of hij specialiseert zich in één techniek, of in een bepaald klantenprofiel, enz. In ieder geval zal hij op de hoogte moeten blijven van de nieuwe technieken en zijn koers aanpassen zodra de overgang plaatsvindt.”

Het Cerga label, een solide en kwalitatieve certificering
En wat doet gas.be om niet enkel het imago van de brandstof te verbeteren, maar ook om het beeld van aardgasverwarmingsinstallaties in een positief daglicht te stellen? Vazquez: “We hebben het CERGA-label gecreëerd om installateurs te helpen en te ondersteunen in de snelle, constante evolutie van normering en technologieën. Wij zorgen voor een strikte opvolging van de wetgeving en normen, en ontwikkelen of passen de opleidingsmodules aan waar nodig. Momenteel hebben ongeveer 2.400 installateurs deze certificering behaald na een intensief proces van trainingen, onderzoeken en inspecties van al uitgevoerde installaties. Wanneer deze positief zijn en de faciliteiten voldoen aan de installatienormen die we hebben gedefinieerd, ontvangt het bedrijf een CERGA-accreditatie. Na het verkrijgen van het certificaat, dienen de installateurs ons elk jaar een lijst van hun nieuwe installaties te bezorgen. Op basis van deze lijsten controleren we een groot aantal installaties op hun kwaliteit en de naleving van de normen. Door een goede training en door strikte controles te combineren, streven we ernaar om een solide en hoogwaardig certificaat af te leveren, dat vertrouwen geeft aan de klant die op zoek is naar een vakman die de beste kwaliteit aanbiedt. Het CERGA-label zou wel wat beter bekend mogen zijn bij het grote publiek, en we werken daar ook aan. Er worden ook initiatieven ondernomen bij de autoriteiten om een betere erkenning van dit label te waarborgen, en bijgevolg bij te dragen aan de verbetering van de algehele kwaliteit van de installaties. Het is in het algemeen belang, beginnend met dat van het grote publiek, dat een installatie wordt uitgevoerd door een bevoegde installateur, ongeacht of hij nu het CERGA-label draagt of niet.’

Gas blijft een belangrijke energiefactor
“Ik vind het belangrijk dat de installateur en zijn klanten weten dat het gas na 2030 en waarschijnlijk zelfs na 2050 nog steeds zal worden gebruikt. Het zal waarschijnlijk geleidelijk minder en minder ‘aard’-gas (d.w.z. fossiel) en in toenemende mate bio of synthetisch zijn (d.w.z. geproduceerd uit hernieuwbare bronnen). De reden is dat er nu gewoon geen geloofwaardig alternatief bestaat. Tegelijkertijd is het uiterst belangrijk om te proberen alle mogelijke hernieuwbare energiebronnen op te nemen. We doen dit ook door een deel van hernieuwbaar gas in ons systeem te injecteren.”

Het gas van de toekomst
Wat is volgens u de toekomst van gas? Vazquez: “Het gas dat momenteel door de netwerken wordt verdeeld, is ‘aard’-gas, omdat het afkomstig is van extractie uit geologische lagen die de afgelopen miljoenen jaren op een natuurlijke wijze zijn opgebouwd. Hoewel de momenteel beschikbare reserves meerdere tientallen jaren of zelfs meerdere eeuwen wereldverbruik aan het huidige ritme vertegenwoordigen, is het legitiem om zich af te vragen of het passend is om dit gas te blijven winnen en te exploiteren in een context van de emissie van broeikasgassen. Het natuurlijke proces dat tot de oprichting van deze gigantische reserves leidde, is gekend door de chemici, en kan makkelijk in het laboratorium of op industriële schaal worden gereproduceerd. Het idee is om in de toekomst een gas te kunnen produceren met eigenschappen die vergelijkbaar zijn met die van aardgas, om dat dan via de bestaande transport- en distributie-infrastructuur te kunnen gebruiken onder andere voor bijvoorbeeld de huidige huishoudelijke apparatuur van de eindverbruiker. Als er bovendien ook nog hernieuwbare grondstoffen kunnen worden gebruikt om dit gas te produceren, dan heeft men een echt ‘hernieuwbaar’ gas, dat perfect verenigbaar is met de doelstellingen van duurzame ontwikkeling. Sommige technieken zijn al goed ontwikkeld, ze vereisen echter nog een aantal verbeteringen om de zakelijke kant sterker te maken. We kunnen gas winnen uit biomassa (landbouwproducten of organisch afval), door het opwaarderen van afvalwater in rioolwaterzuiveringsinstallaties, of beter nog, uit hernieuwbare elektriciteit wanneer we er een overschot van hebben. Door een goed gekende werkwijze, de elektrolyse van water, kan men waterstof produceren met behulp van een grote hoeveelheid elektriciteit. Met waterstof kan er vervolgens methaan worden geproduceerd, door het te combineren met koolstofdioxide (CO2) uit de lucht of teruggewonnen uit het anaerobe vergistingsproces. Dit methaan is het hoofdbestanddeel van het gas dat bekend staat als aardgas. Het grote voordeel van dit proces is dat we de ongebruikte groene stroom gebruiken (wanneer windturbines meer produceren dan er verbruikt wordt) om het om te zetten in een product (gas) dat makkelijk kan worden opgeslagen en flexibel gebruikt kan worden in elektriciteitscentrales bij het opwekken van elektriciteit, bijvoorbeeld als er geen wind is. De introductie van dergelijke productie-instrumenten op industriële schaal zou een oplossing kunnen bieden voor het probleem van de onregelmatigheid die de hernieuwbare energiebronnen kenmerkt. Het onderzoek naar deze technieken schiet goed op, en er zijn al pilootinstallaties in aanbouw in Duitsland. Zoals ik al zei, het beleid moet de doelstellingen definiëren, de industrie ontwikkelt de beste manier om die doelstellingen te bereiken. En als een van deze goed werkende technieken mogelijk wordt door 'hernieuwbaar' gas te produceren, waarom niet?”

Serge Vandenplas iov Sanilec